Home Belastingschuld oplossen: betalingsregeling en achterstallige aangiften
Belastingschuld oplossen: betalingsregeling en achterstallige aangiften
Staat er een bedrag open waarvan u niet zeker weet of het klopt? Of loopt u al een tijd achter met aangiften? Dit is de volgorde waarin u het weer recht trekt.
Waarom het bedrag vaak hoger is dan het hoort te zijn
Hebt u geen aangifte gedaan, dan mag de inspecteur toch een aanslag opleggen. Dat heet een ambtshalve aanslag (art. 11 lid 2 AWR). In de praktijk wordt die vaak bewust ruim geschat, juist om iemand tot indienen te bewegen. Zodra de echte aangifte binnen is, wordt het bedrag daarop aangepast, naar boven of naar beneden.
Zolang de aangifte er niet is, telt echter het geschatte bedrag. Daar wordt ook op ingevorderd.
De boetes die erbij komen
Voor de inkomstenbelasting geldt een verzuimboete van maximaal € 6.709 (2026) voor het niet of niet tijdig doen van aangifte (art. 67a AWR).
Voor de btw gelden twee aparte boetes. Art. 67b AWR ziet op het niet aangeven, art. 67c AWR op het niet (op tijd) betalen. Die laatste bedraagt in de praktijk 3% van het niet betaalde bedrag, met een minimum van € 50 en een maximum van € 6.709 (2026). Per tijdvak kan dit oplopen: meerdere kwartalen zonder aangifte betekent meerdere boetes.
Eerst de aangiften, dan pas de regeling
Een betalingsregeling wordt pas overwogen als duidelijk is hoeveel er werkelijk verschuldigd is. Zolang er nog ambtshalve aanslagen openstaan, is dat niet het geval. Het indienen van de ontbrekende aangiften is dus geen bijzaak. Het is de voorwaarde voor al het andere.
De betalingsregeling zelf
Kan een ondernemer de schuld niet in één keer voldoen, dan kan de ontvanger een betalingsregeling toestaan van ten hoogste twaalf maanden, gerekend vanaf de datum van de beschikking (Leidraad Invordering 2008, art. 25.6.1). Voorwaarde is steeds dat lopende verplichtingen, dus nieuwe aangiften en betalingen, voortaan stipt worden nagekomen, en dat er een onderbouwd aflossingsvoorstel ligt.
In bijzondere omstandigheden, onderbouwd met een verklaring van een deskundige derde, is een langere periode of uitstel zonder zekerheidstelling mogelijk.
Kort telefonisch uitstel: wanneer dat wél en niet kan
Er bestaat ook een snellere regeling: kort telefonisch uitstel, maximaal vier maanden, met een reactie binnen twee weken. Die geldt echter niet zomaar. De voorwaarden zijn onder meer dat u altijd op tijd, juist en volledig aangifte hebt gedaan, dat er geen dwangbevel is uitgevaardigd voor de openstaande aanslag, en dat de totale schuld onder € 20.000 blijft.
Loopt u al achter met aangiften, of is er al een dwangbevel geweest? Dan is deze snelle route dus gesloten, ook als u nog onder de € 20.000 zit. Dan is direct overleg met de ontvanger die uw dossier behandelt de aangewezen weg, niet de standaardprocedure.
De bezwaartermijn
Tegen elke aanslag, ook een ambtshalve aanslag, staat zes weken bezwaar open, te rekenen vanaf de dagtekening (art. 6:7 en 6:9 Awb). Is die termijn verstreken buiten uw schuld, dan bestaat er ruimte voor een verschoonbare termijnoverschrijding. Reken daar echter niet op als eerste plan.
Weet u niet meer precies waar u staat bij de Belastingdienst?
Vertel kort wat er speelt. Binnen één werkdag hoort u wat wij voor u kunnen doen en wat het kost, voordat wij beginnen.
Liever meteen overleggen? Bel direct